Langs de melkweg
Bij de boerderijen trof je in het verleden een melkrek met daarop melkbussen aan. De boer zette één of twee keer per dag na het melken de volle bussen met verse melk langs de kant van de weg, waar ze werden opgehaald door de melkrijder. Elke boer had een eigen nummer op de melkbussen. Op die manier werd bij de melkfabriek bijgehouden hoeveel liters elke boer aan de fabriek leverde. De meest voorkomende maat was 40 liter. Rond 1970 werden de ijzeren melkbussen vervangen door aluminium bussen van 30 liter. Deze bussen hadden verschillende voordelen ten opzichte van hun voorgangers. Zo veroorzaakten de bussen tijdens het vervoer op platte wagens minder lawaai, hoefden er geen roestige bussen meer geschuurd te worden en waren bussen van aluminium lichter.